still filmpje herenboeren

Burgers worden vaker bij voedselproductie betrokken

Voeding die niet van de andere kant van de wereld komt, maar van een paar kilometer verder. Eten uit de regio. Natuurlijk, denk je dan, dat heeft vele voordelen, niet in het minst voor transport en duurzaamheid. Stadsmensen kunnen zien waar hun voedsel vandaan komt, gaan bewuster eten, gezonder waarschijnlijk, en krijgen meer respect voor de producent.

We hebben enkele aansprekende voorbeelden verzameld van burgers en lokale voedselproductie. Eerst de visie van lector Sigrid Wertheim. Zij doet met studenten onderzoek naar het voedselsysteem. Is lokaal voedsel wel mogelijk? Hoe kan het beter?

“Je ziet dat er in Flevoland uien worden geteeld, terwijl er in supermarkten in Almere uien uit Nieuw-Zeeland liggen. Er zit iets geks in ons voedselsysteem.” Dat zegt consumptiesocioloog Sigrid Wertheim. Zij doet als lector bij Aeres Hogeschool Almere en in Wageningen UR onderzoek naar stedelijke voedselzekerheid. Niet alleen voedselzekerheid in Almere en in Nederland, maar ook in Azië en Afrika.

Sigrid Wertheim, foto Ton van den Born
Sigrid Wertheim, foto Ton van den Born

De lector Voedsel en Gezond Leven kijkt naar de relatie van een duurzaam stedelijk voedselsysteem en de productie van dat voedsel in het achterland. “Daar zit veel scheef”, legt ze uit. “Voedselzekerheid is steeds afhankelijker geworden van import en daarmee ook van eventuele misoogsten in het buitenland.” Bovendien is ons vertrouwen in gezond voedsel afgenomen. Nog een motief, aldus Wertheim, om naar de herkomst van het voedsel te kijken. “En reden waarom veel mensen meer over dat voedsel willen weten.”

Misschien dat een ander voedselsysteem oplossingen biedt, een systeem met lokaal voedsel en meer betrokkenheid van bewoners bijvoorbeeld. Wertheim: “Het zou kunnen betekenen dat ze gezonder gaan eten, meer verbinding krijgen met het platteland en meer waardering voor de producenten. Allemaal aannames die we willen onderzoeken. Werkt het wel zo?”

Sopropo tegen diabetes

“Vanuit duurzaamheid is het niet gewenst dat we voedsel de hele planeet over slepen”, vervolgt ze. “Daarbij komt dat landbouw elders verandert. Kijk naar Senegal waar we onze uien heen exporteerden. Door veredeling kunnen uiensoorten nu daar worden gekweekt. Met consequenties voor de landbouw hier en voor de export.”

“Het streven is een gezond, duurzaam en weerbaar voedselsysteem. Dan kijken we ook naar de stad, want deze eeuw wonen er voor het eerst meer mensen in steden dan op het platteland. Almere is een mooie casus. Voedselconsumptie is in hoge mate cultureel bepaald en Almere is in culturele diversiteit van haar inwoners de vierde stad van Nederland. Met veel verschillen in smaken en voorkeuren.”

Ze vertelt over een lokale ondernemer die een alternatief zocht voor de bloementeelt in zijn kassen. “Hij begon met moestuintjes onder glas. Dat trok veel Surinaamse mensen aan, die soms zelfs uit Groningen kwamen, en daar met teelt van Surinaamse groenten de cultuur vierden. Vervolgens begon hij met sopropo, een Surinaamse komkommerachtige, bittere groente. Goed bijvoorbeeld voor mensen met diabetes 2. Het betekent niet alleen dat hij een nieuw verdienmodel verkent, maar ook dat hij dit doet in wisselwerking met inwoners van de stad.”

Burgerlab van Aeres

“Lokaal voedsel is niet een doel op zich”, zegt Wertheim. “Het kan een middel zijn in de transitie naar een duurzamer voedselsysteem. We onderzoeken de mogelijkheden van systeem dat meer op de regio georiënteerd is. Maar je kunt niet alles lokaal produceren, dat is niet reëel. Dus vraag je je af wanneer is het zinvol om het dichtbij huis te halen en wanneer haal je het van iets verder weg. Bijvoorbeeld omdat hier de groeicondities niet goed zijn voor producten waar wel vraag naar is.”

Studenten doen mee in het onderzoek naar een lokaal voedingssysteem. In dat onderzoek is grote betrokkenheid vanuit de samenleving gewenst, want daar draait het immers om. “We zijn bij Aeres Hogeschool Almere bijvoorbeeld bezig met een burgerlab. Mensen kunnen hier vragen neerleggen, en we kunnen er verbinding leggen met bedrijven, organisaties en overheid.”

En dan is er Voedsel Verbindt, een platform rond Amsterdam en Almere, waarvoor Wertheim in de stuurgroep zit. Dit samenwerkingsverband wil hier, in de transitie naar een duurzaam en lokaal voedselsysteem, samenwerking realiseren tussen overheden, landbouw- en foodorganisaties en scholen.

“Maar goed”, besluit Wertheim, “je kunt wel naar een lokaal voedingssysteem streven, maar als je niet kunt zien of de uien die je koopt uit Flevoland of Nieuw-Zeeland komen, is dat lastig. Mijn idee is dan: zet bij het schap of op de verpakking in grote letters waar het vandaan komt.”

Twintig initiatieven

Nieuwe ronde, herenboeren, adoptiebomen en drijvende boerderijen
Er zijn verschillende initiatieven die burgers bij voedselproductie betrekken. Zo zijn er de
herenboeren. Vroeger waren dat boeren die zo rijk waren dat ze niet zelf hoefden te werken, ze hadden hun personeel. Nu zijn het groepen burgers die aandelen kopen en samen een (biologische) boerderij opzetten of productpakketten kopen. Het idee is dat ze daarmee zelf de productie meebepalen en van hun eigen boerderij eten. Er zijn nu ongeveer twintig initiatieven van herenboeren, soms nog in de aanloopfase en soms al draaiende, bijvoorbeeld in Boxtel (Wilhelminapark) en Apeldoorn (Groote Modderkolk, Loenen).

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Verder zijn er verschillende adoptieprojecten. Adopteer een kip of adopteer een koe of adopteer je eigen fruitboom! Koop een stuk landbouwgrond! Mensen doen dit bijvoorbeeld vanuit zorg om dierenwelzijn, maar het kan dan ook bijdragen aan meer verbinding tussen boeren en burgers en uitwisseling van kennis en ervaringen. Voor een jaarlijkse bijdrage kun je je eigen boom onderhouden en oogsten. En daarmee draag je bij aan de instandhouding van een boomgaard, die ook middenin de stad kan liggen. Goed voor betrokkenheid.

Een derde voorbeeld van burgers die bij voedselproductie worden betrokken, is de drijvende boerderij in Rotterdam. Met koeien op de floating farm. Dit initiatief maakt duurzame productie zichtbaar voor de stadsbewoners. De floating farm heeft ook een educatieve rol. Er is een informatielokaal voor schoolklassen.

Klaas Nijhof, foto Ton van den Born
Klaas Nijhof, foto Ton van den Born

En ten slotte De Nieuwe Ronde, een initiatief van Klaas Nijhof in Wageningen. Hij begon ruim twintig jaar geleden te pionieren met een zelfoogsttuin. In een tijd, zegt hij, dat lokaal voedsel nog geen issue was. “Maar het was direct al een succes.” Na uitbreiding, acht jaar geleden, met de tuin van Pieter Lammerts, kunnen een paar honderd mensen er hun groenten halen. Zij zijn abonnee en lid van de vereniging. Grootschaliger moet het niet worden, vindt Nijhof. Hoewel dat zou kunnen, want er is een wachtlijst. Maar, “het is een sociaal project”, zegt hij. “Mensen beslissen mee over belangrijke zaken. Ze voelen zich betrokken en hebben het over óns land, ónze groente, ónze boer.” Het is vooral druk in de aardbeientijd. “Die smaken echt zoveel beter hier.”

Tekst: Ton van den Born

Foto: Still video en Ton van den Born