Dit artikel werd eerder gepubliceerd in PIT Magazine 2, over Landbouw, water, voedsel.  Een uitgave van Regieorgaan SIA.
Tekst: Schrijf-Schrijf

De Nederlandse zomer van 2018 was een van de droogste in decennia. Oogsten gingen verloren en boeren leden grote verliezen. Ook de zomers daarna waren droog, en dit zal in de toekomst steeds vaker voorkomen. En dat is niet de enige kopzorg van de Nederlandse land- en tuinbouwsector. Door de nijpende klimaatcrisis worden boeren en tuinders gedwongen om met spoed de uitstoot van broeikas- gassen stevig te verminderen. De doelstelling is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Ook de druk vanuit de maatschappij is groot: de jonge generatie wil in de toekomst ook een gezonde planeet, voor zichzelf en haar nageslacht.

Boeren en tuinders zien zelf ook de noodzaak in om te veranderen. Velen werken hard aan duurzame doelen. Ook overheden en onderzoekers werken al jaren aan oplossingen. Die zijn er volop, maar niet zomaar toe te passen. Het is een enorme opgave om geijkte systemen te veranderen. Boven- dien vergt verduurzamen veel tijd, geld en kennis. Hoe kijken experts naar de uitdagingen in hun sector?

Anneke van de Kamp van de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen

Van alle land­ en tuinbouwsectoren in Nederland verbruikt de glastuinbouw de meeste energie. Klimaatneutraal produceren is noodzakelijk, maar tegelijkertijd erg complex, weet Anneke van de Kamp. Ze is manager Communications & Public Affairs bij groenteveredelingsbedrijf Rijk Zwaan. Daarnaast vertegenwoordigt zij het bedrijfsleven in de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen.

‘Voor de verwarming en belichting van planten in de kassen zijn we voornamelijk aangewezen op aardgas. Dat veroorzaakt ontzettend veel CO2- uitstoot. We moeten dus over op duurzamere energie en daaraan werken we al jaren met man en macht. Onderzoeksprogramma’s testen volop nieuwe zuinige (teelt)technieken en manieren om gebruik te maken van groene energie in de kas. Ook investeren we al jaren in aardwarmte. Een techniek waarmee we met warmte uit de grond de kassen verwarmen. Technisch is het mogelijk om een volledig gasloze kas te bouwen, maar je ziet ze nog relatief weinig. In de praktijk blijkt het een fikse investering. Samenwerken en gezamenlijk inkopen met andere tuinders is daarbij een oplossing. En dat wordt steeds vaker gedaan.’

Kekke kassen

‘Een andere uitdaging is de bescherming van onze gewassen. Het liefst telen we zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Tegelijkertijd zorgen die middelen er wel voor dat planten niet ziek worden. Gelukkig zijn er fantastische technologische ontwikkelingen gaande, die innovatieve kassen opleveren. Denk aan sensoren, robotica en kunstmatige intelligentie die de planten en het klimaat in de kas heel nauw- keurig monitoren. Hiermee kunnen tuinders voorkomen dat gewassen ziek worden, zónder bestrijdingsmiddelen.’

 

Computerplanten

‘Een goed voorbeeld is de toepassing van digital twins. Dit zijn digitale kopieën van individuele, echte planten in de kas. Hun ontwikkeling wordt in de computer met grote precisie voorspeld. Daardoor kun je teeltveranderingen uitproberen zonder dat je oogst mislukt. Een geweldige techniek, vindt de ene tuinder. De ander gelooft er niet in en teelt liever biologisch en buiten. Er is niet één methode die werkt voor alle consumenten en alle werelddelen. We moeten kijken wat past bij de ondernemer en de regio.’

Hulp van hogescholen

‘Vooral in de glastuinbouw zijn de technologische mogelijkheden eindeloos. Maar we moeten ze wel beter toepasbaar maken. In elke sector heb je koplopers die innovaties meteen oppakken. Maar om alle boeren en tuinders mee te krijgen is er meer ondersteuning nodig, in de vorm van kennis, geld en extra handen – want het personeelstekort in de tuinbouw is groot. Ik denk dat hogescholen en studenten goed kunnen ondersteunen bij het praktisch toepasbaar maken van innovaties. Studenten hebben een verfrissende kijk op de zaak en hebben geen last van de dogma’s uit het verleden. Ze kunnen ondernemers meenemen in de tuinbouw van de toekomst.’

Deltacommissaris Peter Glas

‘De droge zomers van afgelopen jaren waren een flinke wake-up call voor boeren en waterschappen. Het maakte glashelder dat we ons land weerbaar moeten maken tegen toekomstige zoetwatertekorten’, stelt deltacommissaris Peter Glas. Hij is verantwoordelijk voor het nationaal Deltaprogramma, dat Nederland beschermt tegen overstromingen, voor voldoende zoetwater zorgt en bijdraagt aan een klimaatbestendige inrichting van stad en land.

'Het begon met de invoering van kunstmest'

‘De bodem en het grondwater moeten de basis vormen voor de agrarische keuzes van boeren. De juiste gewassen op de juiste plek’, aldus Peter Glas. ‘Ik hoor boeren wel eens zeggen dat ze het contact met de bodem verloren zijn. Dat begon na de introductie van kunstmest. Dit bevat de juiste voedingsstoffen voor gewassen, maar verslechtert de bodemstructuur. Hierdoor wordt de bodem steeds armer en houdt het minder goed water vast. Zonde, want gratis regenwater is van enorme waarde nu er steeds vaker een zoetwatertekort dreigt.’

Elke druppel telt

‘Nederland is van oudsher ingericht om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren richting zee en zo natte voeten te voorkomen. Met de kennis van nu kunnen we dat water beter gebruiken. Zo kan een boer regenwater opvangen en investeren in een gezonde bodem die water beter vasthoudt. Bijvoorbeeld met kringloopland- bouw, waarbij organische stof weer wordt toegevoegd aan de bodem. Ook precisielandbouw biedt uitkomst om verspilling tegen te gaan. Met behulp van technologie geef je planten heel nauwkeurig de behandeling die ze nodig hebben. Vanuit het Deltafonds ondersteunen we dergelijke projecten. Dat doen we samen met waterschappen en gemeenten. Voor de komende zes jaar hebben we achthonderd miljoen euro beschikbaar. Met dit budget moeten we zorgen dat de innovaties beter gaan landen in de praktijk. Aanvragen lopen via het loket van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Belangrijke criteria bij die aanvragen zijn innovatie en praktijkgerichtheid. Betrokkenheid van hogescholen en andere kennisinstellingen is dus zeker aan te bevelen.’

Weerbaar tegen water

‘Naast watertekort blijft een teveel aan water ook een probleem in Nederland. Achter de dijken wordt veel geboerd. Wij zorgen met het Deltaprogramma en het hoogwater beschermingsprogramma voor goede dijken, zodat we veilig kunnen wonen en werken. En verzilting van grondwater voor de landbouw tegengegaan. Maar ook door extreme regenbuien en overstroomde beken lopen akkers soms vol. Denk aan de watersnoodramp van afgelopen juli, in onder andere Limburg. Als die enorme regenbom precies boven de Nederlandse polder was gebarsten, had het water meer dan een week op het land gestaan. En waren gewassen verdronken, want zoveel water krijgen we niet weggepompt. De vraag is hoe waarschijnlijk het is dat dit gebeurt, en in hoeverre de overheid kan en wil investeren in waterveiligheid en -beschikbaarheid. Boeren zullen ook echt zelf reserves moeten inbouwen en maatregelen moeten nemen om klimaatrobuust te worden.’

Robin Haakmat van SFYN

Van alle broeikasgassen op aarde, komt een derde uit de voedselketen. Van de productie en verpakking, tot het transport en de verwerking. De keten moet sneller verduurzamen, maar hoe? Meer kennisdeling en samenwerken zijn de sleutel, denkt Robin Haakmat, voorzitter van het Slow Food Youth  Network (SFYN). Een beweging die de jonge generatie informeert en motiveert om zelf verandering in te zetten.

‘Young professionals hebben een persoonlijke motivatie om zich sterk te maken voor een duur- zamere landbouw en voedselketen. Zij ervaren dat de acties van de mens grote consequenties hebben. En ze willen de planeet gezond houden, voor zichzelf en hun nageslacht. We moeten meer gebruikmaken van hun frisse blik, want jongeren hebben goede ideeën die een versnelling in gang kunnen zetten. Meer kennisdeling en samenwerken zijn hiervoor de sleutel’, zegt Robin Haakmat. Zijn netwerkbeweging maakt zich sterk voor duurzamer en gezonder voedsel en doet dat met allerlei campagnes, programma’s en hun eigen SFYN Academie. Hier kunnen jonge mensen (18-35 jaar) uit de hele keten deelnemen aan lesprogramma’s over het voedselsysteem.

" We moeten meer gebruikmaken van de frisse blik van jongeren"


‘Van boeren en inkopers tot horecaondernemers, koks en productontwikkelaars – allerlei deel- nemers werken op de academie samen aan cases over het voedselsysteem. Hierdoor verenigen we verschillende mensen met verschillende perspectieven. Dat is heel leerzaam en vergroot de kennis en het netwerk. Opdrachtgever van die cases is vaak het bedrijfsleven of de overheid.’

De reis van een bloemkool

‘De sector zelf moet flink aan de slag, maar uiteindelijk moet er ook bij de consument een gedragsverandering plaatsvinden’, stelt Haakmat. ‘Dat betekent meer lokaal kopen en plantaardiger eten. Het bewustzijn over waar ons eten vandaan komt groeit, maar het kan nog beter. Dat zit ‘m in meer educatie. SFYN organiseert zelf vier keer per jaar Op Het Menu, een dagprogramma voor jonge consumenten om ze meer te leren over ons voedselsysteem. Daar bestuderen we één specifiek onderwerp vanuit verschillende invalshoeken. Bijvoorbeeld het onderwerp vleesvervangers: waar worden ze van gemaakt? Is het wel een duurzaam alternatief? En hoe ziet de markt eruit? Ik hoop dat we met onze programma's steeds meer jongeren bereiken met ons verhaal. Want om de hele keten te verduurzamen, hebben we elkaar uiteindelijk allemaal nodig.’

Ben je
geïnspireerd?

Groenpact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Dit groene verhaal is
mede mogelijk gemaakt door:

Praktijkorgaan SIA

Ben je
geïnspireerd?

Groenpact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Terug naar boven