Tekst: Kirsten van Valkenburg
Foto’s: Scalda College, Rem van den Bosch en Koning Willem 1 College
Dit artikel is afkomstig uit H@P Magazine, een uitgave van het praktijkcluster Food van CIV Groen. Bekijk hier alle H@P Magazines.
Klik hier om dit artikel in Magazine vorm te lezen of te printen.
Eline wijst: “Hier zijn Scalda-studenten van de opleiding aquacultuur bezig met het kweken van algen, als onderdeel van het DCC-icoonproject Delta Protein. Dit project is een samenwerking van al onze partners en draait om de eiwittransitie. Hier in Zeeland richten we ons daarbij ook op de verschuiving naar mariene eiwitten. We kijken verder dan alleen de kweek, want studenten van de koksopleiding zijn aan het ontdekken welke gerechten zij kunnen maken met algen. En in het schoolrestaurant testen we hoe gasten reageren op algen op hun bord. Ook onderzoeken we hoe je algen richting de horeca krijgt.”
Foto Eline Stoel
Aansluitend hierop werkt Scalda samen met Wageningen University & Research (WUR) binnen een Kennis op Maat-project. Eline: “Bij WUR is veel kennis over consumentengedrag. Die kennis nemen we bijvoorbeeld mee naar onze studenten rondom de vraag ‘hoe bouw je een menukaart op’.”
'Als DCC kiezen we voor transdisciplinaire samenwerking en voor co-creatie'
Duurzame deltatoekomst
“Bij alle klimaattransities hier in de Zeeuwse delta zijn meerdere disciplines nodig; we moeten echt over sectoren heen kijken. Daarom kiezen we als DCC voor transdisciplinaire samenwerking en voor co-creatie”, legt Rebecca uit. De partners van het DCC zijn NIOZ (Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee), Scalda, HZ University of Applied Sciences, University College Roosevelt, Universiteit Utrecht en Wageningen University & Research.
Foto Gerecht ‘natuurlijk de zee’
Eline zoomt in op het Zeeuwse foodvraagstuk. “Hoe zorgen we voor volhoudbare voedselproductie, op land en op zee? Dat levert allerlei vragen op. Hoe gaat de akkerbouw om met verzilting? Hoe zorgen we dat lokale producten op het bord komen? Hoe geven we de eiwittransitie vorm? Wat doen we rondom voedselverspilling?” Rebecca vult aan: “Dit staat niet op zichzelf. Zo kan een verandering van koers in de landbouw gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de energietransitie. En hier in Zeeland staat geen enkele transitie ooit los van water.”
Foto Rebecca Boelens
Stichting
“DCC is een stichting, we zijn twee jaar geleden gestart. Vanuit de partners werken mensen bij het DCC. Onze mensen blijven in dienst van de partner, daar zijn financiële afspraken over. Er zijn twee directeuren die regie voeren op de ambitie, drie programmamanagers en een kleine staf”, legt Rebecca uit. Het DCC wordt mede mogelijk gemaakt door een deel van de compensatiegelden die Zeeland ontving, nadat de beloofde marinierskazerne niet naar de provincie kwam.
Naast Delta Protein zijn er nog twee icoonprojecten. Flexibele Delta’s gaat over hoe mens en natuur kunnen samenwerken aan klimaatbestendige delta’s. ProceZ gaat over een circulaire en groene Zeeuwse economie. De icoonprojecten hebben ieder een projectleider.
Foto Twee studenten met hun creatie (Rem van de Bosch)
Collectief versterken
“Met onze partners hebben we maandelijkse communitymeetings”, vertelt Rebecca. “Om het collectief steeds verder te versterken.” Eline: “We kennen elkaars wereld nog te weinig, mbo, hbo en wo zijn echt aparte werelden. Hebben ook ieder hun eigen taal. Dus bedoelen we hetzelfde?”
Binnenkort zijn er voor het eerst twee matchingsbijeenkomsten voor co-creatie. Rebecca: “We nodigen breed mensen uit van onze partners. Zij kunnen een pitch doen voor projecten, waarbij we zoeken naar overlap en aansluiting bij andere ideeën en pitches.”
‘Door stakeholder events willen we de buitenwereld betrekken bij de thema’s food, water, energie en circulariteit’
Van buiten naar binnen
Rond de icoonprojecten organiseert het DCC stakeholder events, om zo de buitenwereld te betrekken bij de thema’s food, water, energie en circulariteit. Eline: “We werken echt van buiten naar binnen, met uitdagingen die we in de regio ophalen. Maar bedrijven, organisaties en overheden vinden het soms nog wel lastig om de meerwaarde van DCC te zien. Dat vraagt inspanning van ons, maar ook van de externe partijen. Zij moeten hun gebruikelijke aanpak loslaten.”
Je netwerk kennen, uitbreiden en inzetten is daarbij onontbeerlijk, concluderen beiden. Daar spelen de practoren van Scalda en de lectoren van de hogeschool een belangrijke rol in. “Zij hebben hun netwerk vooral in het Zeeuwse en leggen de verbinding naar de netwerken en expertise van de universiteiten”, licht Rebecca toe. Ook starten er binnenkort kennismakelaars die op pad gaan.
Leren in de context
“Door het DCC werken studenten aan concrete vraagstukken uit hun eigen regio. Hiermee leiden we onze studenten echt op voor de toekomst”, is Eline enthousiast. “Leren met externe partijen voegt zoveel toe.” Ook Rebecca ziet de toegevoegde waarde: “Nu ervaren studenten al tijdens hun opleiding wat ze echt in hun mars hebben.”
Foto Studenten aan de slag in de keuken
Over grenzen heen kijken
“Het thema food verbindt verschillende sectoren en vraagstukken, van horeca, voedselproductie, energietransitie en zo nog meer. Het gaat om elkaar vragen stellen. Luisteren. Dit vraagt een grote investering in tijd en verbinding leggen. Je kaarten op tafel leggen; wat is mijn belang, wat is jouw belang?”, schetst Rebecca de grootste struggle voor de DCC-partners. “Hoe zorgen we ervoor dat we het gezamenlijke belang en over de sectoren heen goed kunnen borgen?”
De praktijkvraag beantwoord
Dit keer krijgt Pieter Moerman hulp bij het beantwoorden van de vraag van het Delta Climate Centre van Michiel de Vos. Hij is vanuit Groenpact betrokken als aanjager voor ‘Leren & Innoveren’ .
>> Lees hier het antwoord in HAP Magazine
Pieter Moerman werkt bij Katapult, het netwerk van samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven. Hij is daar ‘expert ingewikkelde vraagstukken’.
De vraag vanuit het Delta Cimate Centre in Zeeland:
“Het thema food verbindt verschillende sectoren en vraagstukken, van horeca, voedselproductie, energietransitie en zo nog meer. Dit vraagt een grote investering in tijd en verbinding leggen. Je kaarten op tafel leggen; wat is mijn belang, wat is jouw belang?”, schetst Rebecca de grootste struggle voor de DCC-partners. “Hoe zorgen we ervoor dat we het gezamenlijke belang en over de sectoren heen goed kunnen borgen?”
Van ego naar eco
Samenwerken rond food is geen technisch vraagstuk. Het is mensenwerk. En juist daar wringt het.
Bij het Delta Climate Centre werken kennisinstellingen en onderwijs samen aan grote maatschappelijke opgaven. Food verbindt daarin alles: van landbouw tot horeca, van energie tot gezondheid. Op papier is het gedeelde maatschappelijke belang makkelijk te benoemen. In de praktijk blijkt het veel lastiger om er samen dezelfde betekenis aan te geven. Want naast die gedeelde ambitie spelen altijd ook andere krachten mee: institutionele belangen, sectorale logica’s, verschillende tempo’s en verwachtingen over wat ‘succes’ is.
Die spanning is herkenbaar. We zijn gewend om snel in beweging te komen, om te doen en te fixen. Om ons eigen deel zo goed mogelijk te organiseren. Maar juist daar waar sectoren elkaar raken, waar vraagstukken zich niet laten afbakenen, vraagt de opgave iets anders. Niet harder werken, maar anders werken. Vertragen voordat je versnelt. Eerst samen begrijpen wat hier werkelijk speelt, voordat je tot oplossingen komt.
Een jaar of negen geleden kwam ik in aanraking met het werk van Otto Scharmer (MIT) en zijn Theory U voor systeemverandering. De kern daarvan is eenvoudig en tegelijk ongemakkelijk: duurzame samenwerking ontstaat pas als we bereid zijn ons eigen belang tijdelijk los te laten. Niet alleen vanuit ego – wat levert het mij of mijn organisatie op? – maar vooral vanuit eco: wat vraagt dit grotere geheel van ons, hier en nu?
Dat gezamenlijke belang ontstaat niet vanzelf. Het wordt niet ontdekt in één gesprek of vastgelegd in een document. Het groeit in het proces van samen werken. Dat begint met misschien wel de belangrijkste leiderschapsvaardigheid: heel goed luisteren naar alle stakeholders. Niet om direct te reageren, maar om te begrijpen. Door te luisteren naar wat expliciet wordt uitgesproken, én naar wat nog geen woorden heeft. In die ruimte wordt zichtbaar waar belangen botsen, waar aannames elkaar kruisen, waar systemen vastlopen en waar juist nieuwe bewegingen mogelijk worden. Zo wordt het gezamenlijke belang niet iets wat je aan het begin vastlegt, maar iets wat zich gaandeweg verdiept en scherper wordt.
Het borgen van het gezamenlijke belang vraagt daarom niet om extra afspraken of kant en klare structuren, maar om ander leiderschap én een ontwerpende manier van werken. Een aanpak waarin je accepteert dat je niet toewerkt naar één finale interventie, maar een duurzaam proces ontwikkelt waarin steeds opnieuw passende interventies kunnen ontstaan. Bij transitievraagstukken weet je vooraf immers niet precies waar je uitkomt. Dat maakt sturen op vooraf vastgelegde output of outcome ingewikkeld, soms zelfs onmogelijk. In plaats daarvan vraagt het om sturen op richting, op de kwaliteit van samenwerking en op het gezamenlijke leervermogen. Zo blijft het gezamenlijke belang niet iets wat je vastzet, maar iets wat onderweg, stap voor stap, telkens opnieuw wordt vormgegeven.
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.
Gerelateerde artikelen:
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.