Tekst: Kirsten van Valkenburg (Met je poten in de klei)
‘Ik heb ontdekt dat werken niet altijd saai is.’
‘Iedereen in de samenwerking draagt bij. De één inspiratie, de ander kennis.’
‘Ik heb ontdekt dat ik het leuk vind om leiding te geven.’
Het zijn uitspraken van studenten van DCTerra die volgens het concept ‘ondernemend leren’ werkten aan een duurzaamheidsproject. Practor Marjan Nijenbanning deelt ze glunderend. “En ik heb nog veel meer van deze pareltjes. Ze komen uit de online tool waarmee we hen bevragen.”
Marjan legt uit: “Bij de start van een duurzaamheidsproject vragen we de studenten hoe zij het project ontvangen. Wat verwachten ze? Wat voelen ze? Halverwege focussen de vragen zich op de samenwerking in de groep. En in de laatste vragenronde gaat het over het projectresultaat.”
Marjan Nijenbanning (fotograaf Lennie Tromp)
De tool levert data voor het impactonderzoek van het practoraat. “We doen veel projecten, met veel studenten, zijn nu twee jaar bezig. Dat heeft inmiddels bergen data opgeleverd. We zetten die naast elkaar. Welke patronen, welke uitdagingen, welke emoties zien we? En wat betekent dat?”
Duurzaamheid en ondernemend leren
“Juist door ondernemend leren te koppelen aan de SDG’s werken studenten aan oplossingen én leren ze verantwoordelijkheid nemen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. We kijken naar wat studenten doen, hun houding en hun manier van denken. Ze ontwikkelen meer verantwoordelijkheid, systeemdenken en toekomstgericht denken en handelen.”
“Ondernemend leren gaat over het aanleren van specifieke vaardigheden, zodat studenten later ondernemend aan de slag kunnen gaan. Vaardigheden als oplossingen bedenken, creativiteit, communicatie, samenwerken, omgaan met uitdagingen. Met dit concept geven we ze handvatten mee om de wereld een stukje beter te maken. Ook de SDG’s zijn een leerinstrument: studenten leren afwegen tussen ecologische, economische en sociale belangen.”
Samen bouwen aan leerervaring
“Samen met docenten ontwerpen we een complete lesperiode, meestal van tien weken. De studenten werken in die periode aan een concreet duurzaamheidsvraagstuk uit hun vakgebied en doen dat via ‘ondernemend leren’. We doen dit voor alle mbo-niveaus, per niveau verschilt het type en hoeveelheid begeleiding.” Na die ontwerpfase staat er een volledig project klaar, met opdrachtenkaarten voor de studenten.
“De start van een project is nog een aandachtspunt voor ons”, bekent de practor. “Studenten zijn afwachtend en verward; ‘wat wordt er van ons verwacht, hoe moeten we dit aanpakken?’ Dat is zichtbaar bij alle groepen. Wij moeten docenten dus nog beter ondersteunen om de start van een project strakker neer te zetten.”
De allergrootste winst
Uit de verzamelde data blijkt dat veel studenten het prettig vinden om op deze manier te leren. “En ze reflecteren steeds meer op zichzelf en op het proces. Ze kunnen echt goed aangeven wat het voor hen betekent om op deze manier te leren. Terwijl we in het begin vooral reflectie op het resultaat zagen. De allergrootste winst, wat mij betreft.”
Voor docenten betekent dit alles een andere rol: van sturend naar faciliterend, van kennisoverdrager naar begeleider van leerprocessen. Ook zij worden bevraagd. “Zij leren net zo hard als de studenten. In het begin zagen we dat ze veel stuurden op proces en resultaat. Inmiddels kunnen zij veel meer op hun handen zitten en hebben volop vertrouwen in de studenten. Ze zijn trots. Op zichzelf en op de studenten.”
Vezelgewassen en meer
Eén van de prachtprojecten bij DCTerra is de kleinschalige ‘Akker van de toekomst’ in Emmen. Daar telen studenten vezelgewassen voor de meubelindustrie. “Vlas, mammoetgras en zonnekroon”, somt Marjan op. “Maar dat is niet het enige. De studenten zijn gestart met een onderzoek naar de kruiden die in het gebied voorkomen. Want een kruidenpopulatie zegt iets over de bodem en de bodemgesteldheid. Hoe kunnen de studenten bemesten zodat het past bij de bodem? En hoe kunnen zij de bodemrijkdom die er al is, zo goed mogelijk benutten?”
Na de kruidenstap was er een ware ontdekkingstocht naar de teelt van de drie vezelgewassen, die inmiddels op de akker staan. Ook onderzoeken de studenten hoeveel CO2 deze gewassen vastleggen. En wat doen de wortels voor de waterdoorlaatbaarheid van de bodem? Om al die stappen te ondersteunen krijgen de studenten workshops. “Tijdens het traject zijn er verschillende observatiemomenten, waarmee we ook weer data voor ons onderzoek verzamelen.”
Van grond tot kont
Bij ‘Akker van de toekomst’ werkt het practoraat onder andere samen met Vepa the furniture factory, producent van duurzame kantoormeubelen en projectinrichting. “Vepa heeft gevraagd of de studenten ook kunnen uitzoeken welke planten geschikt zijn om de vezelgewassen te kleuren. Na een workshop vezels kleuren gaan de studenten ook echt zelf aan de slag.”

Het project is mogelijk door financiering uit de ‘KIEM-groen regeling voor practoraten’ van Regieorgaan SIA.
Wennen
‘Hoezo vezelgewassen? Laten we gewoon aardappelen en uien doen.’ Het was de eerste reactie van de ‘Akker van de toekomst’-studenten. Marjan lacht: “Ze moesten erg wennen en niet alleen door die vezelgewassen. Dit is zo’n andere manier van leren.” Een rondleiding door de fabriek van Vepa was voor de studenten het keerpunt. ‘Onze producten worden straks echt gebruikt!’
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.
Gerelateerde artikelen:
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.