Door Marleen Purmer
Afgelopen zomer was uitzonderlijk warm en droog. Veel verdamping, en zout zeewater dat oprukte: als de rivieren bij droogte minder zoetwater aanvoeren, is er te weinig druk om het zout terug te duwen, en dringt het verder landinwaarts, tot bij de punten waar het waterschap zijn zoetwater inneemt. Het Hoogheemraadschap van Delfland koos voor de veiligheid: al het beschikbare zoetwater ging naar het op peil houden van het watersysteem en het nat houden van de dijken. "We staan onder water. Blijft een dijk niet nat, dan scheurt hij," zegt Jacco Vooijs, voorzitter Westland, Oostland en Aalsmeer bij Glastuinbouw Nederland. Het hart van de glastuinbouw is zijn werkgebied. Voor de tuinders die oppervlaktewater gebruiken in de kassen, bleef niets over door het onttrekkingsverbod. Zo'n 170 bedrijven kwamen droog te staan. "Dit hebben we in het Westland nog nooit meegemaakt. De schade kon oplopen tot 150 miljoen euro.” Wat volgde, was vindingrijk zijn onder hoge druk. Water rijden van het ene bedrijf naar het andere. Buren die elkaar hielpen. Vooijs heeft een groter idee: elk uur pompt Delfland zo'n 10.000 kuub gezuiverd rioolwater de zee in. Met een extra zuiveringsstap zou een fractie daarvan de glastuinbouw overeind houden, en meteen een vaste reservestroom vormen voor als andere bronnen wegvallen. "Elk water is beter dan geen water."
Maar techniek was het probleem niet. Regels waren dat. De Kaderrichtlijn Water staat geen verslechtering van de waterkwaliteit toe. Vooijs pleit ervoor om creatiever om te gaan met regels, ook buiten de kaders om. Zijn voorstel: een waterbank, waarin telers water inbrengen en op een ander moment weer opnemen. “Ondernemers bedenken de oplossing, wij brengen hem, en de overheid stelt hem in."
Die kennis moet ergens vandaan komen. Onderzoekers werken in "vredestijd" al jaren aan water, energie en plantgezondheid; die kennis lag klaar en werd niet uit de hoge hoed getoverd. Watermanagement wordt een vak apart. Vooijs' oproep aan onderwijs, bedrijfsleven en overheid past dan ook in één zin: laat jonge mensen samen met bedrijven het onderzoek doen én uitvoeren, en kom tot een gezamenlijke oplossing.
En juist die jonge mensen wil Vooijs overtuigen. Tegen een zestienjarige die twijfelt, zegt hij: word vakman, want in de tuinbouw breng je je kennis meteen in de praktijk. "Een krop sla moet vandaag de deur uit. Vandaag geoogst is over drie dagen in een Duitse supermarkt. Die directheid maakt het werk juist nu interessant. Weinig sectoren brengen kennis zo snel in de praktijk.”
Trots is Vooijs vooral op het tempo: vrijdag het signaal, maandag een team, en binnen tweeënhalve week perspectief voor de telers. Twee lessen houdt hij vast. De eerste: eerder om tafel, nog vóór het misgaat, want het tekort dat pas rond 2050 werd verwacht, is er nu al. De tweede: durven denken buiten de regels. “Praktische oplossingen zijn er altijd”, zegt Vooijs. “Je moet ze alleen buiten de gebaande paden durven zoeken.” Want dat het weer gebeurt, daar rekent hij op.
Vindingrijk onder hoge druk
De volgende generatie
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.
Gerelateerde artikelen:
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.