En wat blijkt? De meeste deelnemers aan de enquête zetten precisielandbouw in omdat ze nauwkeuriger willen werken, bijvoorbeeld in strokenteelt of pixelfarming. Of omdat ze een efficiënter gebruik van middelen nastreven. In beide gevallen wordt de bedrijfsvoering duurzamer. Maar er is meer.

Matthijs, wat is precisielandbouw in je eigen woorden?

‘Het is een middel om je dagelijkse bedrijfsbeslissingen te optimaliseren. Dat kan door middel van uiteenlopende technologische toepassingen. Dat kunnen sensoren zijn, automatisering, robotisering. Je verzamelt meer data, analyseert deze data en neemt op basis daarvan beslissingen op je bedrijf.’

Wat was het doel van het onderzoek?

‘Ik liep stage bij het lectoraat precisielandbouw. Lector Corné Kempenaar kwam met de vraag of ik in beeld wilde brengen hoe het staat met de adoptie van technieken voor precisielandbouw op het Nederlandse boerenerf.’

Welke acties heb je gedaan om zoveel mogelijk respondenten te krijgen?

‘Ik heb de enquête uitgezet bij de studenten van Aeres Hogeschool Dronten. En ik heb de enquête verspreid via de website en social media van NPPL. Uitgeverij Misset plaatste een oproep in een aantal uitgaves. Maar ik vermoedde dat ik op deze manier vooral respondenten kreeg die voorloper zijn in de precisielandbouw. Dus toen ben ik AJK-besturen en LTO-afdelingen gaan benaderen met de vraag of zij de oproep wilden plaatsen in hun nieuwsbrieven. Uiteindelijk hebben iets meer dan 200 boeren de enquête ingevuld.’

Je noemt NPPL. Wat is dat?

‘Corné is projectleider van NPPL, dat staat voor Nationale Proeftuin Precisielandbouw. Dit is een samenwerking van Aeres, het ministerie van LNV, uitgeverij Misset, WUR (Wageningen University and Research), vakblad Boerderij en online vakblad Groenten en fruit. De NPPL is een project waarin agrariërs deelnemen, want het toepassen van de beschikbare technieken voor precisielandbouw blijkt in de dagelijkse praktijk toch lastig. Deze agrariërs krijgen een jaar lang ondersteuning binnen precisielandbouw, precies op dat aspect waarin de boer wil ontwikkelen. Boeren kunnen gaan sparren in studiebijeenkomsten en krijgen ondersteuning door experts. Er wordt getest, geëxperimenteerd en verbeterd.’

Vertel eens over de resultaten.

‘We zien in de resultaten dat het gebruik van ICT en teeltregistratie hoog is. Hiermee zijn de voorwaardelijke systemen aanwezig. Daarnaast zien we dat de helft van de respondenten een of meerdere beslissingsondersteunende systemen gebruikt. Maar we gaan ervan uit dat dit in de gehele landbouw minder is, omdat onze respondenten een bovengemiddelde interesse hebben in precisielandbouw.’

 
En wat zagen jullie nog meer?

‘Het gebruik van sensoren stijgt langzaam vanaf 2010. Afhankelijk van welke sensor gebruiken 30% tot 50% van de deelnemers nu één of meerdere sensoren, waarbij satelliet nu heel populair is. Met zo’n beeld uit de ruimte ziet de boer hoe zijn gewassen erbij staan. Groeiachterstand, ziekten of vochttekort: het is allemaal zichtbaar. Extra voordeel is dat satellietdata momenteel goedkoop of zelfs gratis zijn. We zagen ook dat het gebruik van toepassingen voor variabel doseren van gewasbeschermingsmiddelen langzaam stijgt. Tussen de 15% en 25% van de agrariërs gebruikt nu zo’n toepassing. Voorgoed gebruik van beide technologieën is wel de juiste kennis en kunde nodig. De ondersteuning van een specialist is hierbij noodzakelijk.’

Nog meer opvallende zaken in de resultaten?

‘We hebben open vragen gesteld waar boeren tegenaan lopen met de systemen die ze gebruiken. En daaruit blijkt dat systemen van verschillende merken niet met elkaar te koppelen zijn. Ook horen we dat systemen complex zijn, storingsgevoelig en dat er geen goede gebruikshandleiding is. Dat waren geluiden die lector Corné Kempenaar ook al ontving uit het werkveld en die werden bevestigd in de enquête. Samenvattend: het is gebruiksonvriendelijk. Je kunt als onderwijs hierop in spelen met cursussen, maar hier ligt ook een taak voor de leveranciers.’

 
Hoe kijk je naar de betrouwbaarheid van het onderzoek?

‘Ik ben me ervan bewust dat de boeren die de enquête hebben ingevuld al iets hadden met precisielandbouw, dat voorkom je niet. Ook waren er relatief veel akkerbouwers die de enquête hebben ingevuld. De ‘akkerbouwprovincies’, zoals Groningen, Flevoland en Zeeland waren meer vertegenwoordigd dan andere provincies. Is het daarmee een representatief onderzoek voor de gehele landbouw? Nee zeker niet, het is een indicatie, niet meer en niet minder.’

 
Wat is er gebeurd met de resultaten?

‘De respondenten die dat wilden, zijn op de hoogte gebracht van de resultaten. Via de social media van de NPPL zijn de resultaten ook gedeeld.’

Ben je
geïnspireerd?

GroenPact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Dit groene verhaal is
mede mogelijk gemaakt door:

Nationale Proeftuin Precisielandbouw
Aeres Hogeschool Dronten

Ben je
geïnspireerd?

GroenPact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Terug naar boven