Tekst: Mirjam Kuggeleijn
Fotografie: Guy Ackermans
Het bezoek begon bij De Marke, waar locatiemanager Fleur Brinke vertelde hoe al 35 jaar onderzoek wordt gedaan naar een toekomstbestendige melkveehouderij op zandgrond. De Marke is niet alleen een onderzoeksbedrijf, maar ook een ontmoetingsplek voor boeren, studenten, onderzoekers en beleidsmakers. “We zijn een onafhankelijke, praktijkgerichte experimenteer- en demonstratieomgeving”, vertelde Brinke. “Daarbij gaat het niet alleen om nieuwe oplossingen bedenken, maar vooral ook om ze te testen, te verbeteren en te delen. Want een maatregel die op het ene bedrijf werkt, kan op een ander bedrijf heel anders uitpakken.”
De mensen moeten het doen
Tijdens het aansluitende kringgesprek, onder leiding van Groenpact-voorzitter Douwe Snoek, werd gesproken over de uitdagingen waar we voor staan. Erik Douma (LTO Nederland) en Leo van Beekum (FNV) spraken over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Robotisering en nieuwe technologie veranderen het werk ingrijpend. “We moeten samen inzetten op verandering van de leercultuur, vooral voor medewerkers die al jaren in de sector werken”, klonk het eensgezind. De minister vroeg meteen door: “En zie je ook al dat dit lukt?” Het blijkt nog niet zo eenvoudig. Wie dagelijks in de praktijk werkt, zit niet altijd te wachten op een terugkeer naar de schoolbanken, stelde Van Beekum. Juist daarom zijn nieuwe, praktijkgerichte manieren van leren nodig. Werkgevers moeten hun medewerkers daarvoor de ruimte geven.
Rien Komen (Aeres) bracht namens het hele groene onderwijs zowel zorgen als optimisme naar voren. De instroom van studenten en de bekostiging staan onder druk, terwijl de behoefte aan groene vakmensen alleen maar groeit. “Wat we vooral hebben te koesteren, is de infrastructuur”, hield hij de minister voor. Het bijzondere aan het groene onderwijs is volgens Komen de nauwe verwevenheid met de praktijk, van vmbo en mbo tot hbo en universiteit. “U kunt ons beschouwen als een instrument”, zei hij over Groenpact. Een netwerk waarmee snel kan worden ingespeeld op nieuwe maatschappelijke vragen. De minister beaamde dat. “Ik heb jullie echt nodig.”
‘Grote opgaven rond landbouw, natuur en klimaat zijn niet op te lossen zonder groene kennis en goed opgeleide mensen’
Carolien Kroeze (Wageningen University & Research) maakte duidelijk waarom experimenteerlocaties als De Marke daarin zo'n belangrijke rol spelen. Hier komen studenten van verschillende onderwijsniveaus, onderzoekers en agrariërs samen. “Nieuwe wetenschappelijke inzichten worden niet alleen onderzocht, maar ook in de praktijk beproefd”, benadrukte ze. De minister was benieuwd hoe de kennis vervolgens de honderden aangesloten boeren van VK-Oost bereikt. Brinke vertelde over de samenwerking met VK-Oost, waar boeren niet alleen op De Marke, maar ook bij elkaar aan de keukentafel leren. Precies die wisselwerking sprak de minister aan.
Vlnr: Rien Komen, Carolien Kroeze, Douwe Snoek, Leo van Beekum, Erik Douma en Jaimi van Essen
De minister vatte het belang van het groene kenniscluster mooi samen: “De samenwerking in netwerken als Groenpact moeten we koesteren, misschien nog wel meer dan we in het verleden hebben gedaan. We hebben gewoon heel veel realisatiekracht nodig. Met Groenpact hebben we dat.”
Van onderzoek naar het boerenerf
Tijdens de rondleiding op de boerderij van De Marke werd zichtbaar hoe ingewikkeld transities kunnen zijn. Geert Stevens (De Marke) en student Luuk Reinders (Aeres Hogeschool) lieten zien dat doelen rond dierwaardigheid, klimaat, natuur en waterkwaliteit elkaar kunnen versterken, maar soms ook botsen. Cyrille van Bragt (Yuverta) vroeg hoe het onderwijs met die spanningen moet omgaan. De minister pleitte ervoor om elkaars belangen serieus te nemen: “Als je tegenover elkaar blijft staan, kom je niet tot een oplossing.” Voor sommige dilemma's bestaat nog geen pasklaar antwoord. “Dat moeten we samen maken.”
Vlnr: Geert Stevens, Cyrille van Bragt en Jaimi van Essen
In de melkveestal volgde een echte eyeopener. Gerjan Hilhorst liet zien hoe De Marke werkt aan het terugdringen van de stikstofuitstoot. Met sensoren worden de concentraties van onder meer ammoniak en methaan nauwkeurig gemeten. De resultaten waren indrukwekkend: de gemeten ammoniakuitstoot van de stal lag tot wel 50 procent onder de vastgestelde emissiefactor van de vloer. En dat hoeft niet altijd met dure, technische innovaties. Een belangrijke maatregel is simpelweg minder eiwit voeren. Daardoor komt er minder stikstof in de mest terecht en neemt de ammoniakuitstoot af. De minister reageerde zichtbaar enthousiast. “Maar hier heb je geen vergunning voor nodig en je kunt het gewoon doen?” vroeg hij. Dat maakte het voorbeeld extra interessant: boeren kunnen met aanpassingen in hun bedrijfsvoering zelf stappen zetten om de stikstofuitstoot te verminderen. Bovendien kan minder eiwit in het voer ook kosten besparen. Deze maatregelen moeten nog wel geborgd worden.
.jpg)
‘Met eenvoudige maatregelen kun je stikstof uitstoot verlagen’
Hoe zorg je dat die kennis daarna ook echt op andere boerenerven terechtkomt? Anneloes Fleerkate (VK-Oost) vertelde hoe agrariërs via studiegroepen hun ervaringen delen, resultaten vergelijken en van elkaar leren. Onderzoekskennis krijgt pas waarde als boeren ermee kunnen werken. De minister benadrukte hoe belangrijk die praktijkervaring is, ook voor het beleid. Want maatregelen moeten niet alleen op papier werken, maar ook op het erf. “En als het hier niet werkt, hoef ik het in Den Haag niet op te schrijven.”
Groene wereldmakers in Doetinchem
Daarna ging het gezelschap naar de nieuwe mbo-praktijklocatie van Zone.college in Doetinchem. Hier worden de opleidingen Groen, grond en groene infra en Tuin en landschap gegeven. Bestuursvoorzitter Marianne Besselink vertelde hoe Zone.college studenten voorbereidt op een wereld die voortdurend verandert. “Wij leiden de groene wereldmakers op, van nu en in de toekomst.” Daarbij draait het om praktijk-rijk onderwijs, technologie en duurzaamheid, maar ook om wendbaarheid en leven lang ontwikkelen.
De positie van het groene onderwijs kwam uitgebreid ter sprake. Besselink, de deelnemers uit het kringgesprek, Van Bragt en Patrick Cramers (HAS Green academy) vroegen de minister om aandacht voor de verbinding tussen de ministeries van OCW en LVVN en benadrukten dat het groene onderwijs een stevige positie moet krijgen in de landelijke talentstrategie. Minister van Essen: “Ik heb regelmatig contact met mijn OCW-collega, minister Rianne Letschert. Het hoeft niet letterlijk in de talentstrategie te staan, maar we moeten het groene onderwijs wel de aandacht geven die het verdient. Dat kan bijvoorbeeld ook in de begeleidende Kamerbrief.”
Hij moedigde de betrokken partijen aan om samen op te trekken richting Den Haag. “Naast het hightechcluster in Eindhoven is het groene kenniscluster rond gewassen, agrotechnologie en innovatie een van de twee grote parels van Nederland. We zijn ons er bij het ministerie terdege van bewust hoe belangrijk die zijn,” aldus de minister.
‘Het groene kenniscluster is een van de parels van ons land’
Studenten aan zet
Een van de leukste momenten van het bezoek volgde in de klas met eerstejaarsstudenten Groene Grond en Groene Infra. De minister stelde de studenten meteen op hun gemak. Geen formeel vraaggesprek, maar een ontspannen kennismaking waarin hij zichtbaar nieuwsgierig was naar hun opleiding en toekomstplannen.
Docent Christian Hoftheijzer vertelde hoe het traditionele loonwerk zich ontwikkelt tot een veel breder vakgebied. Naast agrarisch werk gaat het steeds vaker om natuurbeheer, infrastructuur, groen in de stad en precisielandbouw. Ook nieuwe technieken, zoals gps-gestuurde machines en steeds nauwkeurigere manieren van gewasbescherming, veranderen het vak.
Studenten vertelden dat mensen soms een uitgesproken mening hebben over hun werk, bijvoorbeeld bij gewasbescherming of het verwijderen van bomen. “Je bent nog niet aan het werken je wordt al bijna politicus”, grapte de minister.
Specialistische machines worden steeds geavanceerder en kostbaarder. Niet iedere boer, gemeente of andere opdrachtgever kan zulke apparatuur zelf aanschaffen. Dat maakt de kennis en het vakmanschap van toekomstige loonwerkers des te belangrijker. “Volgens mij zit er muziek in wat jullie gaan doen.”
Het bleef natuurlijk niet alleen bij praten over de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en de praktijk. De minister mocht de praktijk ook ervaren. Buiten stapte hij zelf op een minikraan en in de GMEC nam hij plaats achter de trekker simulator. Dat ging hem bijzonder goed af. Het bezoek werd afgesloten met het planten van een boom van de toekomst, ter gelegenheid van de nieuwe praktijklocatie.

Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.
Gerelateerde artikelen:
Meer lezen?
Abonneer je dan op onze Nieuwsbrief. Je ontvangt elke maand een selectie van de nieuwste ‘Groen in Actie’ verhalen, nieuws en events.