Tekst & foto's: Ton van den Born

“Toen de horeca op slot ging, zag je dat mensen meer naar lokale productie gingen kijken”, zegt Marjan Nijenbanning, docent Terra MBO Groningen en kwartiermaker voor de opleiding Food, life and innovation. “Er kwamen vele mooie initiatieven bij. Bijvoorbeeld met thuis te bezorgen voedselboxen.”

Marian Nijenbanning

Acties zoals ‘support your locals’ hadden effect. Ook op de verkoop van streekproducten. Volgens een artikel in NRC (‘De boer aan huis’, 5 februari 2021) is sinds de coronacrisis de omzet van boerderijwinkels meer dan verdubbeld. “Studenten zien nu ook dat er alternatieve afzetmogelijkheden zijn.” Bijvoorbeeld de studenten die bij Terra in een Voedseljongerenraad zitten (zie kader). Nijenbanning: “Die Voedseljongerenraad, opgericht in oktober 2020, denkt na over een beter voedselsysteem.”

Een korte keten is een van de oplossingen voor zo’n voedselsysteem. De normale weg gaat vaak van boer naar groothandel, distributeurs en fabrikanten die er van alles aan toevoegen om het product langer houdbaar te maken. Na vele transportkilometers gaan de voedselproducten naar detailhandel of supermarkt. En uiteindelijk komen ze bij de consument. Maar boeren verdienen er vaak weinig aan.
Het kan sneller, beter, eerlijker, duurzamer.

"Studenten zien nu ook dat er alternatieve afzetmogelijkheden zijn"

Tien busjes

Dat is geen inzicht van de laatste maanden; aan korte ketens wordt al jaren gewerkt. Denk aan boerderijwinkels, pluktuinen, boerenmarkten en initiatieven zoals Herenboeren, Buurderij, Landwinkel of Boerschappen. Er zijn samenwerkingsverbanden van boeren en van consumenten. Je hebt deelgenotentuinen, voedselbossen en stadslandbouwprojecten waar consumenten een groenteabonnement kunnen nemen. Local2Local werkt samen met Universiteit Utrecht aan een transitie naar een ‘duurzame en gezonde voedselomgeving’.

Consumenten bestellen veel streekproducten, bijvoorbeeld ook brood of bier, via een website. Soms worden er afhaalpunten georganiseerd waar ze bestellingen kunnen vinden.

Bij Boerschappen, opgericht in 2013, halen de initiatiefnemers ervan verse producten op bij een lokale boer en brengen die naar deelnemende consumenten. Over het hele land behalve de wadden. Inmiddels zijn er vele boeren betrokken, werken er ruim vijftig mensen en zijn er zeker tien busjes om bestellingen te bezorgen.

StreekWaar

Er komen steeds meer van dit soort initiatieven, vaak ondersteund door gemeentes en provincies en soms ook met subsidie voor professionalisering van korte voorzieningsketens. Er moet dan sprake zijn van zo min mogelijk tussenschakels en een goede, open samenwerking waarin kleine ondernemers hun afzet regelen. Buiten supermarkten om. Individuele boeren staan immers vaak machteloos tegenover die grootgrutters en hun kapitaal, maar in gezamenlijkheid zijn dingen eenvoudiger te organiseren. En de producent krijgt er een betere prijs voor.

>> lees ook het artikel over Appeltje-Eitje: Verse producten direct van boerderij naar winkelschap

Zo werd 24 maart in Wageningen de vereniging StreekWaar opgericht. Twintig ondernemers met duurzame bedrijven in een straal van vijftien kilometer rond de stad. En als voorwaarde ook dat het voedsel echt van dichtbij komt.

Al eerder was er een platform ondersteund door de gemeente en sinds november 2020 staan de mensen die elkaar daarvan kenden op de zaterdagse markt voor streekproducten. “Maar we willen meer zijn dan die marktkraam op zaterdag”, zegt Marjel Neefjes, voorzitter van de vereniging. “Leuke dingen bedenken, elkaar steunen en bijvoorbeeld ook met cateraars samenwerken. We gaan nu een webshop opzetten. Bedoeling is dan dat mensen daar bijvoorbeeld wekelijks een bestelling doen en naar een afhaalpunt komen.”

Veel perspectief

Het spreekt veel studenten aan, denkt Marjan Nijenbanning. “In de Voedseljongerenraad zit bijvoorbeeld een jonge akkerbouwdochter die gaat kijken hoe ze producten kan afzetten op een andere manier dan de traditionele weg. Ze is er zich bewust van dat ze zelf aan veranderingen kan bijdragen. En dat afzet niet naar Nieuw-Zeeland hoeft, zoals normaal misschien het geval, maar dat je ook lokaal kunt afzetten.”

“Superleuk om met deze jonge mensen te werken aan hun toekomst”, zegt ze. “Ik heb de indruk dat ze een beter besef krijgen van hoe het werkt in de voedselproductie. En dat ze zien dat er ook veel mooie producten in hun omgeving groeien.”

"Dat afzet niet naar Nieuw-Zeeland hoeft, zoals normaal misschien het geval, maar dat je ook lokaal kunt afzetten"

“Er is veel perspectief”, vervolgt ze. “Met een goede diversiteit in productie kun je de regio voeden. Agrariërs zouden daar beter afspraken over kunnen maken. Dat ze niet allemaal hetzelfde telen, maar elkaar bevragen: wat teel jij en wat kan ik dan bijdragen? Kijk naar ’t Vershuus bijvoorbeeld, in Ruinen. Drie boeren hebben daar een prachtige winkel neergezet.”

Geke Schoonvelde, melkveehouder, is er daar één van. “We hebben niet direct invloed op de afzet van onze melk”, zegt ze, “maar ik denk dat het belangrijk is dat mensen voedsel van eigen streek gaan waarderen. Onderwijs kan daar een rol in spelen.”

Marjan Nijenbanning en de Voedseljongerenraad bij Terra

Marjan Nijenbanning begon drie jaar geleden vanuit Terra aan het ontwerp van een nieuwe voedingsopleiding. “Waarom? Ik vond het vreemd toen ik hier kwam, dat er wel opleidingen over teelt waren, maar niet over de verwerking van voedsel. Van zuivel, groente, fruit. Daarmee maak je de cirkel rond.” De opleiding is september 2019 gestart en telt nu 25 studenten in eerste en tweede jaar.”

Met voeding was ze al eerder bezig. “Voordat ik in 2014 bij Terra begon, werkte ik aan ambachtelijke ijsbereiding. Heel innovatief. We vervingen er koemelk door buffelmelk. Ik was ook toen al van de korte ketens. Als bestuurslid van Slow Food Noord-Nederland en omdat ik lokale producten bij boeren haalde.”

Ze werd in 2020 verkozen tot de duurzaamste docent in het mbo. In het juryrapport werd gewezen op haar activiteit met allerlei educatieve activiteiten naast het mbo. “In mijn wijk heb ik een bijenweide opgezet en ben ik via de Nederlandse Bijenhoudersvereniging NBV bezig met opleiden van een imker. Verder ga ik jaarlijks vanuit Edukans naar Oeganda om docenten daar te ondersteunen met activerend onderwijs.”

Studenten van de foodopleiding van Terra zijn continu bezig met vraagstukken van bedrijfsleven, vertelt ze. “Ze denken in kleine groepjes over oplossingen en hoe ze waarde kunnen toevoegen aan bedrijven. Economisch, ecologisch, cultureel of sociaalmaatschappelijk. Er is een project met de voedselbank in Groningen bijvoorbeeld of een project over fruit met medewerking van een bedrijf met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Ons veldbonenproject heeft net de Impactprijs van Groenpact gekregen.”

Een van de projecten van de opleiding is de Voedseljongerenraad, opgezet vorig jaar om mee te denken over de voedselagenda voor de toekomst. Opdrachtgever Anita van der Noord van Stichting de Nieuwe Leefstijl formuleerde de vraag: hoe te komen tot een bewuste voedselkeuze met respect voor dier, omgeving en mens? En drie studenten van de opleiding (Femke, Jelien en Leonie) zochten andere jongeren erbij om mee te denken over voedsel in de toekomst.

Nijenbannings idee is nu om dergelijke voedseljongerenraden ook bij andere foodopleidingen elders in Nederland in het leven te roepen. Het CIV ( Centrum voor Innovatief Vakmanschap) Groen, afdeling voedsel, wil graag ondersteunen bij de oprichting van deze raden.

Lees ook de blog die Femke en Jolien schreven over de oprichting van de Voedserljongerenraad

Ben je
geïnspireerd?

GroenPact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Dit groene verhaal is
mede mogelijk gemaakt door:

Terra MBO

Ben je
geïnspireerd?

GroenPact gaat graag voor je op zoek. Via dit formulier kun je eenvoudig aangeven waarnaar je zoekt. Een van onze medewerkers zal contact met je opnemen om jouw zoekopdracht te bespreken.

*Verplichte velden

Terug naar boven